Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER. NEDERLANDEN. 437

zen opzigte, Ifoffe, om dien Kerker dankteweeten (?).

De Heer van Moersbergen , die , te Utrecht, in het voorhaan der Vrijheid, eene voornaarne rol gefpeeld hadt, en in 't Munftarfche gevat was , betoonde , in 't eerst zijner gevangenisfe , dezelfde kloekmoedigheid, als zijne Lot- en Drukgenooien; doch , door 't medelijden met zijne Huisvrouw en den raad zijner Vrienden bewoogen , deedt hij betuiging van leedwee jen over eenige hukken , hem ten laste gelegd : maar hij verwierf de beoogde vrijheid niet. Naa een maand verblijfs op zijn Huis te Moersbergen, moest hij het Land voor zes jaaren ruimen , zonder egter, naa verloop van dien tijd, daar weder binr.en te mogen komen, dan opuitdrukljjk verlof van hunne Hoogmogendheden en de braaien van Utrecht (f).

De Haan, Penhonaris van Haarlem., die een geruimen tijd , naa het gevangenneemen der andere Heeren , de Vergadering bijgewoond hadt , kreeg lugt van 't oogmerk, om hem in hegtenis te hellen, en ontweek zulks ; doch , ingedaagd, en niet verfcheenen zijnde, werd'hij, voer vijftien jaaren , op lijfhraffe, gebannen, met verbeurtverklaaring van de helft zijner Goederen. Hij begaf zich in dienst van den Vorst van Holftein, die hem tot Geheimen Raad aannam (§). Ui-

(*) Brandt Leeven van de Grtot, bl. 2II,

(tj i Regtspl. bl. 65. 110. 297 enz,

Zie aldaar, bl. 302 enz.

Maurits,

Vonnis tegen Moersbergen,

Vonnis tegen de Haan.

Sluiten