Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

438

GESCHIEDENIS \

Maurits.

Vonnis tegen Uitenbogaard.

Uitenbogaard hieldt zich heeds te Antwerpen, werwaards hij, ten tijde van de gevangenneeming des Advokaats, geweeken was: hij werd tot eene altoosduurende Ballingfchap verweezen , en de verbeurte van alle zijne Goederen. Men hieldt hem voor een Medehander van Oldenbarneveld ; maar, dewijl men niets helügs tegen hem kon inbrengen, hieldt zijn Vonnis geen misdrijf altoos in. Syi.la, over deeze vreemde wijze van doen aangefproken, antwoordde, „ dat de Regters zulks hadden naage,, laaten , om dat zij met geen Blauwboekjes of Ver„ antwoordingen gediend waren." Tegen Uitenbogaar!) liet Maurits de meehe verbitterdheid blijken ; diens gemeeufchap met Oldenbarneveld was 'er de eenige oorzaak niet van : ze wordt toegefchreeven aan eene ontdekking van 's Prinfen huislijk gedrag. Uitenbogaard hadt zekeren Jan van Parijs , om dieverij en moord , aan eenen Amfterdam fchen Juwelier gepleegd , ter doodhralTe veroordeeld , in zijn uiterhe vergezeld. Dees Boosdoendcr was weleer Eerhe Kamerdienaar geweest van Prins Maurits, en hadt hein verfcheide diensten gedaan, die meer geheimhouding dan kiesheid vorderen. Met één woord , die eerlooze Vertrouwel'ng van 's Prinfen vermaaken, door knaaging des geweetensgepraamd, oordeelde zich verpligt , het te moeten ontlasten in den fchoot des Leeraars. Langs deezen weg kwam hij agter het geheim van 's Vorhen minnaarijen. De Leeraar zidderde , wanneer hij ontdekte , welke Vrouwen , bij nagt, werden toegelaaten in 't Prins-

lijk

Sluiten