Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 441

zijne genomene moeite, en beloofden hem, met een fchijnbaaren ernst, dat zij ten dienste zijner Majeheit honden. „ Ziet daar," fchrijft de Afgezant , „ de „ vrugt der omwenteling , door 's Hemels gunst, „ door den raad van zijne Majeheit, en de gunstige „ zamenloop der omftandigheden te wege gebragt. ,, De Kwalijkmeenenden hebben , in 't einde , de

„ verdiende hraffe ontvangen (*)." ' Het gros

des Volks hing de Partij tegen de Veroordeelden aan. Dit was niet vreemd, dewijl men niets onbeproefd bet, oin de Trouw en Vaderlandliefde der Veroordeelden, op de haatlijkhe wijze, verdagt te maaken. Dan het'in 't fpel brengen van den Godsdienst deedt hier het meest af. Het gefchil liep over punten, welken het Gemeen niet begreep : het hoorde de nieuwe Leeraars , en de haatlijke Vergadering van in- en uitlandfche Godgeleerden diende om het Volk nog meer voorinteneemen : het hadt geen doorzigts genoeg, om de anderen te ontdekken, die dit groot werktuig aan den gang hielpen. Hoe zouden zij iet goeds kunnen denken van Mannen, door eene talrijke menigte van eervvaardigePerfoonen als Vijanden van den Godsdienst en van 't Vadeilancl uitgemaakt.

Wanneer de eerfte vlaagen deezer woede bedaar, den, en de tijd een gedeelte van het kleed, 't wett de waarheid bedekte , opligtte , zagen de Berokke ners van dit werk zich blootgeheld aan alle veragting en algemeenen fmaad. Hekeldichten öntbrakei:

(*) Carlet. III. p. 85. 87. F.DeeLz.SU K

MAURrrsd

Sluiten