Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

444

GESCHIEDENIS

Maurits»

ten of den bijzonderen Magiftraaten gegeeven hadden, of om de uitvoering van 't geen hun door de Staaten of Magiftraaten gelast was ; alles zonder eenige kwaade trouwe , 't welk ook oorzaak geweest is, dat men, naa meer dan veertig jaaren verloops, de Wethouderfchap van Leyden en Rotterdam door den Hoogen Raad heeft zien veroordeelen , om den Erfgenaamen van Hoogerbeets en de Groot betaaling te doen van de wedden, die men deezenPenftonarislen nog fchuldig was. Ook zou den Erfgenaamen des Advokaats eenige vergoeding gedaan zijn. En elders verklaart hij : „ Al wat , in den jaare „ MDCXVIII. en MDCXIX, tegen Oldenbarne„ veld , Hoogerbeets en de Groot gedaan en „ geweezen is, heunt op geen ander Regt , dan op „ het geen de Regter gezegd wordt te wijzen, ook

s, dan , wanneer hij onregtvaardig vonnist."

Doch nimmer heeft men de Verzoekfchriften deezer Familien, om eene herziening der Regtspleeging, ingewilligd , onder voorwendzel , dat de algemeene rust vorderde, deeze zaaken onaangeroerd te laaten. Dan een openlijk aangedaan ongelijk vorderde , naar 9t oordeel des gemelden Regtsgeleerden , eene openlijke herhelling (*).

Wij zullen, in ons Tafereel, reeds veelmaal gelegenheid gehad hebbende, om te toonen, dat de Opperhe Magt over de Verèènigde Gewesten den Alge-

meenen

(*) Bijkkershoek Qjiaft. Juris Publ. Lib. Ii. p. 2or. 202. 3oó. 316. 363- Kerkl. der Unie, I. D. bl.

Sluiten