Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 451

den Keizer Matthias , zijn Neef, als Keizer , opvolgde , verzaakt. Zij bielden het voorbeeld van 't Gemeenebest der Nederlanden in *t oog, en fchiepen 'er moed uit, zonder te bedenken het groot verfchil der omhandigheden , bovenal de afgelegenheid van Spanje, „terwijl Bokemen aan de Erflanden des Kei»' zers grensde, die van daar talrijke Legers tot voor de Poorten van Praag kon zenden. Oldenbarneveld, die nog aan 't roer van Staat zat, tot de eerfte beweegingen deezes opftands zich vertoonden, veroordeelde ze ten hoogden: 't zij hij den ongelukkigen uitflag voorzag; 't zij hij, het eindigen van 't Beftand, 't welk ophanden was, in aanmerking neemende, geloofde, dat het Gemeenebest zich moest bepaalen tot het verdeedigen van zijn eigen Grondgebied, zonder zich te mengen in de gefchillen van een Gewest , te afgelegen, om 'er hulp uit te wagten (*)•

Maar het ongelukkig lot, dien Staatsman overgekomen , bragt de afwijking van dit verhandig Plan mede. De Algemeene Staaten , gedreeven door een zonderlinge drift, om 't getal der Gemeenebesten in Europa te vermeerderen , en de Vorhendommen te verzwakken , of bedagt, om de Partij der Proteftanten in het Keizerrijk te ftijven , behoten, den Misnoegden hulpe te bieden. De Keurvorst van de Palts, Prins Maurits , en de Koning vau Engelam.

haal

(*) Uitenbogaard Kerkl. Hifi. bl. 1072. Bongean: Bijl. du Traite de fVestph. Liv. I.

Maurits»

r

Sluiten