Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4ö*I

GESCHIEDENIS

flag zou te leur geloopen weezen. Veilig bragt zij de haar toevertrouwde vragt fcheep en over te Gorcum. Geland , wilde de Schipper het Koffer kruijen; doch zij verkreeg, dat hetzelve gedraagen werd door den Schipper en diens Zoon , 't welk nogthans bijkans een ongelukkigen uitflag hadt. De Groot kon niet nalaaten eenige beweeging te maaken : de Jongen bemerkte zulks, en beet zijn Vader in'toor, dat 'er leeven in 't Koffer was. Hoort gij, fprak de Schipper tot Elsje van Houwening , dus was de trouwe Dienstmaagd geheeten, wat mijn Zoon zegt? Zij geliet zich als of zij het niet hoorde. Hij daar op : Hij zeidt, dat 'er iets leeft in de Kist. Zij betuigde, onbeteuterd: 'Ja , Boeken hebben geest en leeven. Dus kwam het Koffer gelukkig behouden ten huize van Daatselaar , een Vriend van de Groot. Beevende werd die nauwe Kerker ontfloten, waar in de Vlugteling omtrent twee uuren gezeten hadt, en, bij het uitkomen , eenigzins flauw en ontfteld was. Tijd moest'er niet verzuimd worden. In 't gewaad van een Metzelaars Knegt , met een Maathok in de hand, verliet hij dat huis , vergezeld van Jan Lambertszoon , een Metzelaar, die hem na 't Veer, en voorts te voet na Waalwijk, bragt. Hier huurde men een Wagen, die de Groot , den volgenden dag, na Antwerpen voerde, waarEprscopius en Gervinkhoven hem ontvingen en herbergden. Hij fchreef van hier aan Prins Maurits , Freds rik Hendrik en de Algemeene Staaten , tot verontfchuldiging vzn zijne ontkoming , „ dat de trek

„ tot

Maurits.

Sluiten