Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fiEi NEDERLANDEN. 465

tot Vrijheid elk natuurlijk was , en dat hij ze zich „ verwoiv.n hadt , zonder te breeken, of iemand „ omtekoopen (*)." ^>

De tijding deezer ontkominge baarde grooten fpijf bij hun, die toen aan 't roer van Staat zaten. Maurits zou , gelijk eenigen willen , gezegd hebben: Ik dagt wel, dat dat zwart Varken (oogende op Maria van Reigersbergen) mij bedriegen zou. Anderen leggen hem dit woord in den mond : Ik dagt wel, dat ze hem niet zouden opgefloten houden; want hij was wijzer dan alle zijne Regters. Zijne fchrandere Huisvrouw , wier vond hoogst geroemd werd van veelen, hadt, in \ eerst, veel verwijts te hooren over haar hout beltaan, en werd eenigen tijd gevangen gehouden, doch eerlang ontüaagen (f).

Van Antwerpen begaf zich de Groot na Parijs, < waar hij met veel blijdfchaps en betoon van vriend- 1 fchap ontvangen, en van den Koning met een jaar- \ geld van drieduizend en zeshonderd Guldens begiftigd werd. Het eerfte gebruik, 't geen hij van zijnen invloed aan 't Franfche ^/maakte, was, de belangen van zijn Vaderland aldaar te behartigen. „ Hoe „ ondankbaar het mij behandeld hebbe," betuigde hij, „ zal ik niet nalaaten hetzelve te beminnen, en „ Aristides volgen , die de Goden badt, dat de „ Atheners geen berouw mogten hebben van zijne „ verzending in ballingfchap : en niet vergeeien

-3 dat

(*) Branet Leeven van de Groot, bl. 24a enz. ft) Zie aldaar, bl. 258. 270.

L 5

mauwt*,

lijne orast en edrijf te arijs.

Sluiten