Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

466 GESCHIEDENIS

RLu'iuts.

Vervaardigt zijn Verant-voor*ding.

„ dat Piiccion, eer hij het vergif dronk, zijn Zoon „ vczogt, zijn dood den Atheneren te vergeeven." De Groot deedt FrederJK Hendrik eenige bijzondere diensten, waar voor hij deezen fchriltlijken dank ontving: Ik bldu, dat gij ftaat maakt op mijtte genegenheid, en u verzekerd houdt , dat ik daar in altoos zal volharden, daar toe verpligt zijnde door de genegenheid , welke gij mij ten allen tijde hebt

betoonft. Ik zou wel wenftchen, dat ik u in uwe

zaaken alhier dienst kon doen, en mijzelven vanganfcher harte daar toe beftecden; doch gij weet, dat de gefleltenisfe der zaaken zodanig is, dat noch ik, noch uwe andere Vrienden, u daar in dienen kunnen, gelijk wij wel zouden begeeren. Ik wil hoopen , dat 'er de tijd eenige verandering in zal kunnen brengen, en dat ik u wéér in dit Land zal mogen zien,gedgt en geëerd, gelijk uwe ongemeene gaaven verdienen, waar uit ik geen minder genoegen zal ftcheppen , dan ik gedaan heb uit uwe Vrijheid (*>

Door zugttot eigen naamsverdeediging aangezet, - en, op aanmaaning van zijne Vrienden , fchreef hij zijne Verantwoording , die geleezeu en bewonderd zal worden zo lang de Verèènigde Gewesten den naam van een Gemeenebest draagen. Veei moeite werd 'er aangewend, om dit Werk in de geboorte te fmooren. Dan, fchoon het met veel vertraagings in 't licht gebragt en ten hrenghe verboden werd , zogt men 't zelve metzo veel greetigheids, dat'er verfcheide

(*) Brandt leeven van de Groot, bl. 270, 299,

Sluiten