Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 495

Dij bekende terflond den toeleg. Naa zijne verhooring werden 'er terflond vijfduizend Guldens gezet op de lijven van Groeneveld , Stoutenburg en van der Dussen, vierduizend op dat van Koornwinder , en zeshonderd op die van Abraham en Jan Blansaart.

Groeneveld , die eerst meende te blijven, dewijl hij den moed, om te ontkomen, genoegzaam verlooren gaf, nam, op 't fterk aanftaan zijner Egtgenoote , de vlugt , en den intrek bij een Scheveninger Visfcher, hem genegen : deeze ftelde voor , hem na Engeland of Hamburg te brengen met zijn VisfchersPinkje. Dan, vrees voor 't zeegevaar weder hieldt hem, dit beste middel te aanvaarden. Hij ging,met zijn Knegt en den Visfcher', te voet, het ftrand langs, tot het naaste Dorp, waar hij een Wagen kreeg, die hem tot Egmond bragt. Hier veranderde hij zijn gewaad voor een Visfchers Pij, trok, over Petten, na Texel , en ftak over na Vlieland, om, vandaar, zich fcheep te begeeven. De Schout ontdekte den Vlugteling, nam hem gevangen , en hij werd, onder een fterk geleide, na den Plaag gebragt.

Op denzelfden dag , als de Heer Groeneveld in hegtenis geraakte, werden de twee Blansaarts , en Willem Partiiy , 's nagts daar naa, gevat. Eigen ongerustheid deedt hun in den ftrik vallen. DeOnt- 1 dekkers van den aanflag en de vier eerfte Gevangenen fchijnen niets van hun geweelen te hebben : dit gaf hun tijds genoeg , om uit Holland , en , over Vollenhoven, in Grol te geraaken. De vrees, dat de N 4 Spaan-

MAURITSt

Groeneveld gevangen ;

als mede le Blaniaarts , Partny :n

ECoornvinder.

Sluiten