Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^6 GESCHIEDENIS

Spaanfchen hun mogten vatten , en losgeld afpersten, deedt hun na Vollenhoven wederkeeren , en, van daar, op Embden reizen , waar zij een Wagen namen , met oogmerk om na Stikhuizen te rijden ; doch Onder den weg bekroop hun nieuwe angst voor de ]\/ansfeldefs, dugtende, van hun geplunderd en m\shandeld tö worden, waarom zij den Voerman belastten den Wagen te wenden , en hun weder" te Embden te brengen. In eene andere Heiberg afgetreeden, zeiden zij den Waard, drie of vier dagen te zuPen blijven; doeh, den eigen dag, fpraken zij met een Schipper , die zeilree' lag na Bajonne, en wien zij beloofden , alles te zullen geeven , wat hij begeerde , als hij hun aan de Franfche of Engelfche Wal zette. De Waard, dtthoorende, kreeg agterdenken, en Werd hier in veriterkt, toen zij , terwijl hij op het huk zat te peinzen, fchielijk binnen kwamen, en, op zijne vraag, waarom zij nu na Frank■ rijk of Engeland wilden ? met een bedeesd gelaad en beevende hand, zo veel Gelds elk wilden geeven, als bij voor alle dtie gevorderd hadt. Hij gaf den Schout kennis van zijn vermoeden , die de verdagte l\rlbonen waarnam , en verzogt, met hem na den voorzittenden Curgemeeher te gaan. Abraham en Pakthy gingen door; Jan bleef, zeggen, de, dat zij zich nog twee of drie dagen binnen de Stad zouden onthouden , en bij den P.urgemeeher komen. Dan, den Voerman , die hun te Delfzijl gebragt hadt, met den Majoor van Groningen en den bode van dat Lanufchap ziende, beleedt hij terhond ,

de

Sluiten