Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek. NEDERLANDEN. 497

de Man te zijn, dien men zogt. Zijn Broeder werd dien zelfden dag, en Partiiy den volgenden nagt, in een Dorp , digt bij de Stad, betrapt. Men bragt ze, eerlang, na Amfterdam, en voorts na den Haag. KooRNwiNDEti werd te Overftchie betrapt, en op de Gevangene Poort gezet. Anderen, die van den toeleg iets gehoord, en 't niet aangebragt hadden , geraakten in hegtenis, en moesten het met het leeven boeten.

Slatius hadt zich, vltigtende, in een Boeren-Pij verkleed , en een hangenden flegten Hoed opgezet, dien bij digt in de oogen trok, om te minder geziei en onderkend te kunnen worden. Dus toegetakeld ging hij op reis na Lingen. Maar in het Dorp Rol le , niet verre van Koeverden, gekomen, eischte hi eene Kanne Biers. Eenige gezegden aan Soldaaten: in die zelfde Herberg, ontvallen , joegen hem zult een angst aan, dat hij befloot, zich van daartemaa ken: hij ging, zijn gelag betaald hebbende, ten hui ze uit, en liet het Bier Baan. Dit verwekte vermoe den. De Soldaaten , hem voor een Spion houden de , zetten hem na, en kreegen hem. Op de vraa ge, wie hij was? antwoordde hij , met eene beteu terdheid, die het vermoeden deedt aangroeijen , da hij Jan Hermanszoon , een Oogmeeher , was, te vens biddende, dat men hem wilde los laaten , de wijl hij het ongeluk hadt van een manflag te Am ft er dam begaan te hebben. Deeze voorgewende mis daad bragt te wege, dat hij nauwer bewaard , he geval onderzogt, en een leugen bevonden wierd N 5 Toe]

Maurits»

Slatius gevat.

1

t 1

Sluiten