Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5oa GESCHIEDENIS

Maurits.

Bij de Braf-oefening aan de andere Zamengezworenen viel niets voor , 't welk hier bijzonder dient vermeld te worden. Alleen moeten wij dit nog optekenen ten aanziene van Slatius. Naa , in de gevangenis , verfcheide laagheden begaan , en lasteringen tegen de Remonftranten gefchreeven te hebben, in hoope van de pijnbank en den dood te ontkomen, welken hij voor zijn dood herriep,betoonde hij, toen alle hoope op uitkomst verdweenen was, eenehoutraoedigheid , die naa fchamperheid en trotsheid finaakte. Den Leeraaren, gezonden , om hem ten dood te bereiden, voerde hij te gemoete, hun niet noodig te hebben, en dat zij de Lieden niet waren, om hem over die Bukken te onderhouden, aangezien God, volgens hnnne Leer, wilde, dat de Menfchen kwaad deeden, ja hun daar toe dwong; en fleet een goed gedeeite van zijn laafden nagt metredentwisten over de Voorbefchikking: ook poogde hij Baande te houden, dat het geoorlofd was eenen Dwingeland te dooden. Onder het hooren leezen van zijn Vonnis hoorde men hem menigmaalen zeggen : Dat is niet waar; ik heb dat niet, of zo niet, bekend ; de Heeren doen 'er af en toe, naar hunnen zin ; 't is geen Justitie, maar Tiranny. Op het Schavot verfcheen hij met de grootfte onverzaagdheid, en voerde deeze reden tot het Volk : Eerlijke en vroome Burgers, hier ziet gij dien HÉNRlCÜS Slatiits , over welken men dus lang geroepen heeft, dien men zo heeft vervolgd, en na wiens bloed men zo heeft gedorst. Al ziet gij mij in dit Spaansch gewaad , ik ben daarom

nooit

Sluiten