Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

512 GESCHIEDENIS

heen 3 tot bruskheid toe, vrij, ontveinzing voert, en huichelaarij, gepaard met wreedheid (*).

Men hebbe zich, overzuks, niet te verwonderen, dat Maurits , in 't laatst zijns leevens, fomber, agterdogtig, wraakzugtig en haatdraagend werd, en zo jaloers op zijn gezag, dat een raad, van de Staaten komende , alleen daarom van hem verworpen wierd. Op zekeren dag vervoegden hunne Afgevaardigden zich, op de onderdaanigfte wijze , bij hem , om zijne bevelen te verzoeken tot het volvoeren van zekeren aandag. Doet, fprak hij , op een norfchen en Laconifchen toon, wat gij wilt; vjat mij betreft ik wil niet (f\

De fchavergoedingen, welken hij aannam, om tot het Beftand te ftemmen , toonen, hoe weinig hij zijne driften wist te beteugelen ; de geiingfte verliezen gingen hem aan 't hart. Verfcheide gevallen uit zijn bijzonder huislijk leeven worden 'er verhaald , gefchikt om zijn charaéter te doen kennen. Zijne geBefdhe uitfpanning was het Schaaklpel : dit fpeelde hij dikmaals met den Franfchen Capitein de la Caze , wiens grootfte inkomen beftondt in 't geen hij van den Prins won. Om hem aan den gang te houden, liet, de behendige Franschman Maurits , van tijd tot tijd, eenige fpelen winnen. Veel verlooren hebbende, werd hij moeilijk, knorrig, trok den hoed in de oogen, en rees niet op : doch als hij gewon-

(*) Mem.de Guiciie, Introd. p. 12.

Cf) AlTZEMA^ I. p. 443. CaPELLE, I. p, 347, 34S. 352.

Sluiten