Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLA NDEN. 517

„ an^er Heer daer mede te veifien, die aen de eene „ zyde zelfs de Liberteyt niet kan verdrucken, ende „ ter andere zyde contrequarreeren die van Nasfouw, „ indien zy het wilden doen." Hij wilde , dat men de keuze deedt vallen op ée'n der Heeren van Baonkhorst : en laat zich uit over het Berigtfchrift van den last des Stadhouders. Hij zou , diensvolgens, uitgefloten zijn van de Vergaderingen der Staaten; op eigen gezag geene Gouverneurs in de Steden mogen aanheüen; geene Patenten geeven; of zelfs een bijzonder Gouvernement bezitten, of door een aangeftelden laaten bedienen. Het Landfchap zou het vrijhaan den Stadhouder te veranderen, en ook de Bevelhebbers der Steden, om de drie of vier jaaren. Hij zou geen Regiment, en alleen eene Lijfwagt van Voetknegten , en eene Compagnie Ruiters hebben. Ook zou men zorge draagen, dat hij zich niet te zeer verrijkte, of te groote verteeringen maakte (*).

Een groot geluk was het voor de Verèènigde Gewesten , dat Maueits de omwenteling niet voltooid, en zich te vrede gehouden hadt met een gezag , 't geen met zijn dood een einde ram. Maar zijn gedrag ftrekte grootlijks ten nadeele zijner Opvolgeren, dewijl het een woitel van haat en jalouzij tegen de Madhouders in veeier harten kweekte. Alle hunne bedrijven werden verdagt, en Frederik Hendrik, begon hier van de uitwerkzels te voelen , die voor zijn Zoon, Willem den II, zo deerlijk afliepen.

(•) Catelle Gedenk/. I. bl. 203 enz.

Maurits.

Sluiten