Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bül NEDERLANDEN. 523

en na Groenland gezonden, kwamen ten laste der Maatfchappijen , met het uitfluitend Voorregt , om op die Landen handel te drijven, befchonken. Men verwonderde zich zeer, dat de Staaten een gedeelte betaalden tot de kosten van de Vloot , in den jaare MDCXXÜI , na de West-Indien , tegen de Spanjaarden- gezonden, enden buïtengewoonen onderhand van den jaare MDCXXIV , verhrekt aan de Admiraliteiten, die de Duinkerkfche Kapers niet hadden kunnen bereugelen , welken , naa het eindigen des Beftands, en reeds voor dien tijd, den Kojpli*« den van dit Gemeenebest verbaazende fchade hadden toegebragt. Deeze nieuwe toerusting kon die Roovers nog niet bedwingen. Diep getroffen over de toegebragte fchade, namrren, in't jasrMDCXXVI, het fchriklijk beluit, om de Duinkerkfche Roovers, die in handen vielen, in Zee te frnijten, of, gelijk men het uitdrukt, tegen hun het Regt van Voetfpoelir.g te gebruiken. Dit hadt een ongelukkig gevolg: de Kapers wisten de Oorlogfchepen behoedzaam te vermijden, en deeden, de Wet der Wedervergekhug volgende , zulk een fchriklijk lot wedervaaren aan weerlooze Visfchers en Koopvaarders , 't welk zo veel fchriks baarde , dat de Visfchers niet ter neringé durfden gaan (*).

Zagter middelen helde men te werk tegen de Zeefchuimers van Tunis en Algiers, wier rooverijen

den

(*) Baudart, XI. p. 7.95. Aitzema, L bl. 5:0.52*. Heilzaam» Grtnden, KL *55 enz.

P 2

Mauritj,

Sluiten