Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5iS

GES C II I E D E N I S

Mai'riti

Nedalar.deren aanklevende, waar over wij, in ons voorgaande Deel , onze gedagten in 't breede gezegd hebben , bij den Buiten'ander niet deedt verminderen. De beflisfingen van onze Gerêgtshovèfl , fchreef de Engelfche Afgezant Carleton, zijn bij rit Volk zeer gehaat, dewiji dezelve de hartiider, de beurs, raaken (♦). Een ftevigen dronk te doen;, was, ten deezen dage , niet vreemd , en de Dronkei.fchsp geen zeer fchandelijk gebrek (f). Veelbedekter pleegde men de Minnaarijen. Geheel V Gravenhaage ergerde zich, in een jaare MDCXXÜI, over den Venei!aanfehen Afgezant, die , met zijne Koets , openlijk na een Bordeel reedt , en voor 't zelve hem liet wagten. Men begon ten Hove over den voorrang te twisten. De Gemalinne van Ernst Casimik wilde dien niet afftaan aan de Vrouwe des Engeifchen Afgezants, en vergat zich zo verre, dat zij deeze eenen (lag gaf. Wij hebben reeds genoeg gelegenheid gehad , cm het Charaéter van Carleton te ontdekken, om 'er uit te kunnen opmaaken, dat zijne klagten bij de Koninginne van Bohemen en ce Algemeene Staaten, wegens zulk een hoon , zeer fterk zullen geweest zijn ($).

Het gemeene Volk behieldt eene ruwheid van Zeden , altoos eigen aan vrije Volken. De Koning van

Ba*

C) CAxavotc, in. r. ,S4. 504.

Ct) Paouot Mem. & Mif. Lift. éft Pays-fa , IX,

p. 122.

(§} Cunii Gedenkfch. I. D. bl. ioi.

Sluiten