Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ep GESCHIEDENIS

lii-iLTlITS.

Gaoox.

hij vervaardigde voor de Staaten Brieven aan de Gosterfche Forsten: en men wil, dat de Keizer van Marocco zijne Brieven zo fchoon vondt, dat hij ze bij zijne Juweelen bewaarde (*).

De Groot, van wiens lotgevallen wij in dit Deel zo veel gefproken hebben, was, buiten twijfel, het Licht en 't Wonder deezer Leuwe , gelijk Erasmus van de voorgaande geweest was. Wij deeden deezen Man te kort, wanneer w;j hier niet kortlijk nog iets van hem te boek fielden , en, fchoon-in tijd eenigzins vooruitlooperde , zijne verdere leevensgefchiedenis en geleerden arbeid met weinige woorden aauhipten. Wanneer de hitte der Gefchi len eenigzins bedaard was , hoopte hij op de meermaals betuigde genegenheid van Frederik. Hendrik , verttouwende , in zijn Vaderland een gunstig onthaal te zullen ontmoeten , en begaf zich , in den jaare MDCXXXI, dertvaards. De Stadhouder behandelde, kennis van zijne komst krijgende , die zaak zeer koel: dorstig ijverden tegen hem de Regenten , die zijne ballingfchap bewerkt hadden, de Steden Haarlem , Leyden, Gouda, Alkmaar en Enkhuizen verklaarden, over geene zaaken te willen handelen , of men moest een befluit neemen tegen de Groot. De Afgezondenen van zekere Stad betuigden, ,, dat de „ Duinkerkers zo veel fchade in Zee niet deeden, „ als de Groot in 't Land zou doen," Ook drongen zij door, dat de Fifcaal en andere Officieren last

kreeft Halma Teonecl, Art. Erpenius.

Sluiten