Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55S

GESCHIEDENIS

ÊIaurits.

't Hof van Frankrijk , in welke waardigheid hij, met den jaare MDCXXXV, derwaards vertrok. De Cardinaal de Richelieu , verhoord op de Groot , dewijl hij voor dien trotfchen Staatsdienaar niet laag wilde kruipen, gelijk eenige jammtrhartige Rijmelaars , rijklijk door hem beloond, hadt, door het inhouden van het toegelegde jaargeld, de Groot deels genoodzaakt Frankrijk te ruimen: en zag, niet zonder gevoeligen fpijt, deezen verdienstlijken Man ten Franfchen Hove verfchijnen. Zweeden fcheen hem zijn onedelmoedig gedrag te verwijten. Niets liet hij onbeproefd , om de Groot te doen herroepen , of hem het Gezantfchap zo lastig te maaken , dat hij verzogt, te rug ontbooden te worden. Doch de Groot wist, met taai geduld en kloek beleid , den tijd van tien jaaren , dien post te bekleeden , en de neteligde Staatszaaken , ondanks alle tegenkantingen van bedekte en verborgene Vijanden, zodrmig te jehuuren, dat hij na Zweeden, in'tjaarMDCXLV, yeti Holland, teruggekeerd, van de Koninginne en Regenten met alle agting en genegenheid ontvangen , en voor de beweezene diensten bedankt werd. Indien zijn Gezantfchap na Engeland, ten dienste der Verèènigde Gewesten; indien de hoogagting , welke Oldenbarneveld hem toedroeg , niet tot getuigecisfen hrekten van zijne bekwaamheid tot Onderhandelingen , zou dit tienjaarige Gezantfchap in Zweeden , tn zijne Brieven , daar van overvloedige getuigenis crangen. Vergeefsch was de aanzoek, om hem in dar Rijk t: houden. Hij verliet hetzelve ; doch

wer.

Sluiten