Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 GESCHIEDENIS

i 1

j

i ]

\

te hebben, dat hij met hun verfrandhouding onderhieldt, om hunne oogmerken tegen Maurits te ontdekken , dien hij alles , wat hij te weeten kwam, openbaarde (*). ündertusfchen agtte men hem den Remonflrante.n toegedaan. Bij zijne bevordering tot het Stadhouderfchap , zou het niet voorzigtig geweest zijn, zich aantekauten tegen de nu overal zegepralende Contra - Remonftranten : en hij moest de verdrukte Partij , die den dood van Maurits hadt afgevvagt, om het hoofd weder boventefteeken , ontzien. Het leed, door hen geleeden, begon zo veel te algemeener medelijden te verwekken, dewijl üj, die het berokkend hadden, om op het kusfen tc geraakën, in den haat des Volks vervallen waren, thans misnoegd over de zwaare belastingen en den egenfpoedigen keer der zaaken. In deezen toeftand 3prdeelde Frederik Hendrik het raadzaam , de W^rfchetide Godsdienstbelijdenisfe en die Partij te mdufchraagen ; doch hij zag door de vingeren de loogingen, welke de andere deedt , om zich optejeuren. Bij de verheffing van deezen Vorst begon ;en zagter lot hun toetelonkeh. Van deiï Mijle, le Schoonzoon van Oldenearne veld, door de Staaen van Holland verlof gekreegen hebbende, om weder n den Haage te komen woonen, vergezelde, terbe;eerte van Frederik Hendrik , de Lijkdaüe van Prins Maurits : dit was als 't ware eene leus gegeeven ■a:i 't geene anderen hoopen mogten , en werd van

zonv

(-) CARLETi I. p. 338. 34a. D'SiïRADSSj.p.^S;,

Sluiten