Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 43

Hij was, te Delftshaven , uit gemeene Burgers ge booren, en fleet onbekend zijne eerde jeugd. Zijne verheffing hadt hij te danken aan zijne verdiensten. Zijne zedigheid evenaarde zijne bekwaamheden. Wel verre van na hoogen Baat en eere te dingen, ftondt hij zeer verfteld, wanneer men hem het Luitenant-Admiraalfcliap opdroeg : hij weigerde eerst eene bediening aanteneemen, tot nog toe niet bekleed dan door Lieden van hoogen rang: het vertoog, dat de Staat, om den tegenwoordigen toefland , een Man als hij noodig hadt, haalde hem over, om zijn voorneernen , van lui te keven, ter zijde te zetten, en zich , op nieuw , der Zee- en Krijgsgevaaren te getroosten (*)• Men vertelt eene bijzonderheid,ten opzigte zijner Moeder , die ik bij geen gelijktijdig Schrijver heb aangetroffen , te weeten, dat de Staaten eenigen gezonden hebbende , om bij haar het rouwbeklag afteleggen , deeze goede Vrouw antwoordde : „ Ik heb het wel voorzien, dat Piet jam„ merlijk zou omkomen. Hij zogt het gevaar. Ik „ heb hem gewaarfchuwd. Hij heeft loon naar „ werk."

(«) Aitzema, I. bl. 821. 822. Commelin, Frederik Hendrik, I. bl. 45-

Tweede

Frederik Hendrik.

Sluiten