Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 63

verligt en vertreeden te zien; doch welhaast bleek deeze vrees ganscn ongegrond te weezen.

Zodanig was de algemeene gefteltenis der Oostenrijkfche Nederlanden, wanneer de Koninginne Weduwe van Frankrijk te Brusfel eene fchuilplaats zogt tegen de vervolgingen van den Koning, haaren Zoon, en de overheerfchende wraakzugt van Richelieu. De Infante Izabella , het niet genoeg rekenende de Weduwe van den grooten Hendrik met alle eerbewijs te ontvangen , hadt de edelmoedigheid, haare bemiddeling tot zoen des Koninglijken Geflachts aantebieden. Maar bet Hof van Frankrijk; te zeer verblind door kleine gevoeligheden en groote ontwerpen van Staatzugt, om vatbaar te weezen voor een edelmoedig gedrag , begon met het polzen van Carondolet , Afgezant der Infante , ten opzigte van de heimlijke gefteltenisfe der Heeren in de Oostenrijkfche Nederlanden, en befloot, met hem , door aanzienlijke gefchenken, omtekoopen , om een algemeenen opltand te doen uitbarsten. Carondolet , Deken van Kamerijk, was van eenen onrustigen, trotfchen en ftaatzugtigen aart. Wedergekeerd, bleef hij niet in gebreke, opening van zaaken te geeven aan de voornaamfte Heeren , onder welken zich de Prinfcn tan Bkabancon en d'£spinoy , als mede de Hertog van Barnonville bevonden. Nooit heeft men een breed veiflag van deeze Zamenzwcering gekreegen (*).

t Vast f) Lt Vajsor, Liv. XXII, Hij?, du MinijitdeQarJ.

de

Frpderik Hendrik.

Sluiten