Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik.

(*) Van den Sande , XII. B. b!. 1(33. i<?4- <fl

de ongenade, waar in hij gevallen was, zogt bij alle de andere Plaatzen tot hetzelfde Bondgenootfchap te brengen, verzekerende, dat alömme de Voorregten der Steden, van den Godsdienst en van de Geestrijkbeid ongefchonden zouden blijven. Maar , 't zij de Graaf niet onderfteund wierd door andere misnoegden, 't zij de openbaare en veelgewaagde weg, welken hij inlloeg , der Infante gelegenheid gaf om het uitbarsten des opftands te voorkomen, hij kreeg den verwagten toeloop niet. — Daar is 'er , die verzekeren, dat deeze belegde aanflag alleen mislukte door de onvoorzigtigheid dcsK.onït\g$vznl£ngelatsd, die een geheim liet uitlekken , dien Vorst toevertrouwd , dewijl men dagt, dal het hem te zeer van nabij betrof, om het voor hem K verbergen. Wat hier van zijn moge , de Infante keurde hei genoeg, Dp 't gedrag der verdagte Heeren een waakend oogte bonden: en, den Graaf van den Berge door gecicrlei middelen hebbende kunnen ovcrhaalcn , om weder in haare belangen tetrceden, werd hij te Brui• fel voor een Muiter en Landverraader verklaard , en Sene belooning toegezegd aan elk, die hem in handen Krist te krijgen. Hij zogt eene fchuilplaats in Hol'and, waar men hem , vervolgens , met het Volk, loor hem verzameld, in dienst der Verêénsgde Gewesten aannam. Dus keerde de Zoon weder tot de zijde, ran welke de Vader was afgeweeken (*).

Om

Sluiten