Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek NEDERLANDEN. 73

Vorst zijne vermeesteringen aan (Jen Nederrhijn uitbrei de. Vast gaat 'net , dat Gustaaf niet altoos op den Prins of de Staaten te vrede gewee;-t is : hij gaf zijn ongenoegen over he? afdanken van eenig Krijgsvolk zeer nadruklijk te kennen, zeggende: „ Wat let den Prins van Oranje , dat hij mij zo „ weinig genegen is ? misgunt hij mij mijne eerej „ of word ik hem te groot ? Dat hij wilde , de „ Staaten zouden mij beter bijlfaan, en ik zou Keit^ len vermeesterd hebben, 't Is mij om die Stad „ niet te doen : ik zou ze den Staaten overgegee„ ven , en den buit met hun gcdee'd hebben, opdat

zij en ik elk eene vrije zijde gehad hadden : ia

plaats van zulks , heeft men ettelijke duizend ,, mannen afgedankt , en mijnen Vijanct toegezon„ den , om hem daar door tegen mij te verfterken.

Hebben de Staaten het Volk niet kunnen of wil„ len houden, waarom hebben zij ze mij niet over

gelaaten (*)?" De Paltsgraaf Frederik,

yerkooren Koning van Bohemen, die zich doorgaans te Rhenen, in het Sticht , hadt opgehouden , wa,! na Duitschland vertrokken ; doch overleefde Gustaaf niet lang. De ommekeer van zaaken ftreelde hem met de hoope, dat de dag zijner herflelling wel haast zou aanbreeken. Doch de Staatzugtige Zweed-

fcht

(*) Puffend. Seü. XVIII. Ifïv. UI. & IV. Aitzema, I. D. bl. i2Öt. 1266, 1276. Le Vassor, Liv. XXXI.& XXXII. p. 15a. 154. 168. Capelle Gedenk/. I. D. bl, $52. 653,

ES

Frederik Hendrik o

Sluiten