Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dbr NEDERLANDEN.

geinig tegenfpraaks. Leyden klaagde hier over. Het Graaffchap Zutphen deedt bij zijne Doorlugtigheid, door Alexander van der Capellen, Heer van Aartsbergen , voordraagen , „ hoe zulk eene „ toelaating ftreedt met de oude grondbeginzelen „ van onzen Staat." Frederik. Hendrik vroeg met een llrak weezen : „ Waarom deeze belofte flreedt , met de oude grondbeginzelen ? Hij hadt gezien , " dat men, in den jaare MDCII , gelijken voet ge, houden hadt. Het was maar eene toelaating van „ de Roomfche Religie, zonder welke men den Ko„ ning van Frankrijk nooit zou beweegen tot het „ Verbond. Hij zogt zijne Geestlijkheid en den ,', Paus aan de hand te krijgen. Wij ]ie,ten in # „ Oost-Indien de Heidenfche Afgoderij en Beelden ,, toe , zo van de Chineezen als anderen, woonende ', in Plaatzen , onder onze gehoorzaamheid : df 9i Paapfche Ceremoniën waren zo erg niet. Wijdee> ' den wel, dat wij letten op onze Religie en de in, voeringe van dien: wij konden en behoorden he ook te doen , daar wij meester zijn, doordien wj 11 de Magiftraat zouden Rellen naar ops welbehaa " gen: maar het ware beter , de Religie intevoeret H ter plaatze, daar ze niet is, met toelaatingvandi ', Roomfche , dan ten eenemaale te blijven buiten dt 7, Plaatzen van onzen Vijand. Alleen konden wij dei Spanjaard met verjaagen: 't was eene groote zaak dat de Koning van Frankrijk om daartoedehan: boodt, en de dmr opende ; hij kon niet treeden i „ 't gevoelen van Hoseus , die hem in zijne Kamer ge - F 3 ,s zeg,'

Frederïk HendriRj

t

i

i

i t i

Sluiten