Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9<2

d É S C H IE D E M I S

Frederik Hendrik.

Aannvr-

k ngen over de verrleelinjr. der Spaanfche Nederlanden iusfclienFrank■ rijk en de FerêénigdeGewes • ten.

fpraak, moest gefchied zijn, zou het gebrek voorgekomen. , de Spanjaarden verrast geworden zijn, en men zich meester gemaakt hebben van de Landen, die men ten óogmerke hadt te verdeden (*).

Want ik ben verre van te denken, dat die verdeéling niet in goeden ernst beraamd , of onuitvoerlijk ware. Dat Frankrijk het ter goeder trcu ve meende, zal men moeten toeltemmen op de enkele bedenking, hoe de lloute flaatkundige geest van Richelieu fmaak vondt in de zeldzaamlte plans , als zij maar konden ftrekken totbereikingzijiiertweehoofdbedoelingen , naamlijk , het uitbreiden der Franfche Heerfchappije, en het vernederen van het Huis van Oostenrijk. Dat Frederik Hendrik dit ontwerp gaarne zag mislukken , uit vreeze voor de nabuurffchap van Frankrijk, is een ongegrond vermoeden. Hij fchrijft zelve die vértraaging toe aan verfcheide zwaarigheden, die zich opdoen in de GemeenebestRegeering. Jtn 't is bekend , dat ze voornaamhjk voonkwam van de Staaten van Holland , buiten het faadpletgen over die verdeeling gehouden, en die niet, dan zeer fchoorvoetende. hun aandeel droegen in de zwaare Oorlogskosten, veel meer haakende na dé behendige zegeningen van een welbevestigden Vrede, dan na den fchitterenden roem of het onzeker voordeel van nieuwe vermeesteringen (f). Zelfs was

men

(*) Bayle Dia. Art. Louis XIII. n. Mi'

Mem. de Fred.Henry,p 174. Capelle Gedenk/. II. D. bl. 32.13. Aiïzëma , II. D. bl. 92 141.

Sluiten