Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. n

men den Krijg zo moede, dat men, geduurende den Jaatflen Veldtocht, na eenige Vredes - voorflagen van de Spaanfche zijde luisterde , en Frankrijk , niet zondermoeite, die onderhandelingen af brak (*).—. Een Gerneenebest tragt doorgaans veeleer genot te hebben van welverzekerde bezittingen, dan zich uittebreiden. Naa dat de Ferêénigde Gewesten zagen, hoe Europa tegen het Huis van Oostenrijk de wapens hadt aangegord , en Spanje buiten Haat was , om veel uittevoeren , verlangden zij na den Vrede , ge« loovende niets meer te vreezen te hebben. In Holland bovenal hadt men geen zin in de aanllagen op de Zeelieden van Braband of Vlaanderen, dugtende, dat derzelver voordeelige ligging den KoophandeL zou trekken. Liever wilde men Brabanders en Viaamingen tot Nabuuren dan tot Landgenooten hebben, en derzelver nabuurfchap fcheen begeerlijker dan die van Frankrijk, welks aangroeiende magt onrust baarde.

Maar is deeze Staatkunde zo juist als ze diep en fijn doordagt fchijnt? Dit mogen wij wel eens onderzoeken: temeer, om dat ze groote Schrijvers misleid, en een Herken invloed heefc op de volgende gebeurtenisfen. Ik zal niet beweeren, dat, indien de beide Bondgenooten , even ernstig geheld op het volvoeren van 't gemaakte Verdrag, het einde hunner ontworpene Landverdeeling bereikt hadden, die groote omwenteling het zaad der Oorlogen , die zo

lan

(*) Aitzema, II. D. bl. 282. 283. 311-—-326,

VL Deel, G

Frederik Heindrjk,

Sluiten