Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ioS GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik.

het voeren van den Oorlog verfchajfen wil. De Staaten van Holland fpraken, zo ras de Legers gefcheideÉ waren , weder Berk van afdanking. De Prins van Oranje en de Franfche Afgezant de Charnace moesten al hunne bekwaamheid en invloed té werk (lellen, om zulks te voorkomen , en Holland van gedagten te doen veranderen : de blinkende toezegging van Frankrijk, om den Staat met anderhalf millioen te cnderileunen , was hier van de meeste kragt (*).

Niets toont duidelijker de verlegenheid , welke des mislukte hoop van Frankrijk veroorzaakt hadt in den Staatsdienaar, dan het gedrag der Franfche Afgezanten bij de Algemeene Staaten. Om de laatfle voorflagen tot Vrede, door den Spanjaard gedaan, te doen mislukken, begonnen zij op een fleren toon te fpreeken , en verklaarden, dat het een allerfchandelijkst en fnoodst Huk zou weezen, het woord, aan één der grootlle Koningen des aardbodems gegeeven, te breeken. En , als of zij geheel niet wisten van het Verdrag der Land verdeeling, beweerden zij zelfs, dat de Koning zich in deezen Oorlog niet geHooken hadt om eenig bijzonder belang. De voortgang en de verwoesting, die de Spaanfche wapenen ondertusfchen in Frankrijk maakten , • baarde groote ongerustheid in Richelieu. Men wil zelfs , dat hij

het

(*) Refol. Holl. \6z6. bl. 243, 244. 254. en 1637. M.

13. Aitzema, II. D. 326 . 342. Van den Sakde,

XII,bl. 105. Cai'elle Qcèerikf. LD. bl. 14.

Sluiten