Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 1*3

Graaf d'Eetrades deeze gebeurtenis verhaalt-, fchoon opgederd met eenige onwaarfchijnlijke omHandigheden, toont ons de heerfchendegeestneiging dier tijden te duidelijk, om het hier niet in te vlegten. De Cardinaal de Richelieu' fchreef aan gemelden Graaf: „ Zeg den Heere Prinfe van Oranje , hoe ,, mij van Amflerdam berigt werd , dat de Span~ „ jaards aldaar, door tusfchenkomst van eenen „ Koopman, Marcellus [Mabcelis] genaamd, ,, Agent des Konings van Deenemarken, driehon„ derddtiizend pon Jen Busktuit gekogt hebben , die

„ na Antwerpen moeten gezonden worden."

d'Estrades antwoordde hier op: „ Ik heb den Heer „ Prins van Oranje gefprooken wegens het berigt, „ 't geen uwe Eminentie wegens den Koopman „ Marcellus gegeeven hadt. Hij zeide mij , dat „ hij 'treeds wist, en aan de Wethouderfchap van „ Amflerdam hadt gefchreeven , dat zij hem zou „ doen vasthouden en te regt Bellen , waar op hij „ antwoord verwagtte. De Prins ontboodt mij den „ volgenden dag. Ik vondt hem zeer gramfloorig.

Hij fmeet den hoed op tafel, en zeide mij, dat de j, Wethouderfchap van Amflerdam aan hein gezon„ den hadt, om hem te laaten weeten, dat zij, vol„ gens zijn last, Marcellus ontboodeu hadt, om „ hem te ondervraagen wegens zijnen handel met de „ Vijanden van den Staat, en zijn bevragten van „ Schepen, om Buskruit te brengen na Antwerpen \ „ doch dat hij hier op geantwoord hadt, geene ken3, nis yan deeze zaak te hebben ; dat hij Refiden

„des

Fredeiuk üendrik.

Sluiten