Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ia* GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik.

s

5

9

t i

> » S 3 3 3'

5:

„ des Konings van Beenemarken was , aangaande den Koophandel op de Oostzee : wilde men dien „ afbreeken, men hadt zich maar te verklaaren, en hij zou terftond na den Koning, zijn Meester, „ keeren. Voorts werd hij ondervraagd aangaande „ tienduizend Rijksdaalders, door hem geleend aan „ zekeren Koopman , Bijland gehceten , die de ,, vier Fhiitfdhepen , geladen met Buskruit, Musi, ketten ën Pieken, bevragt hadt. Hij beleedt, dit „ Geld aan Bijland geleend te hebben • doch niet ,, te weeten , welk een gebruik deeze daar van ge, maakt hadt. Middelerwijl was ook Bjjland in , hegtenis genomen, voor Burgemeestercn gebragt, , en ondervraagd over den handel met den Vijand. , Waar op deeze den Burgemeesteren te gemoete , voerde, dat de Burgers van Amflerdam vrijheid , hadden , om overal te handelen; dat hij ,er hon, derd noemen kon , die de Antwerpenaars hedien, den ; dat hij het ook deedt; dat de Koophandel , niet kon geflremd worden ; en dat hij hun wel he, tuigen wilde, dat, zo men , om winst te doen, , door de Piel moest vaarèn, hij 'er het zengen van zijne zeilen aan zou waagen. Dat de Heeren , van Amflerdam hem toen onfchuldig geoordeeld , hadden, dewijl hij flegts een Bedienaar was, en , niet gehandeld hadt dan voor zijne Meesters , de

, Kooplieden van Antwerpen. De Prins, zeer

, kwalijk voldaan over het verhaal van deezen Afvaardigden, zondt hem zonderantwoordterug, en gaf last aan den Admiraal Tromp , de vier

„ Fluit-

Sluiten