Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frederik Hendrik.

]

( 1

i

i 8

z

v

E ïr

v' 01

di T

P< H vc

li.

134. GESCHIEDENIS

Schepen uit het Vaderland , dat zijne Vloot in vierennegentig goede welgewapende Oorlogfchepen en elf Branders beflondt , en hij dus in Baat was de Spaanfche aantetasten. De Vice- Admiraal de Witte werd gelast, op de beweegingen der Engelfchen het oog te houden, en, indien zij den Vijand hulpe oooden, te beltrijden.

D'Oquendo , ziende dat het Tromp ernst was 3en aanval te waagen , liet de ankers kappen , en zoogde , onder de Kust langs loopende, het te ont:ei!en: veelen Bieten daaraanfpaanderen. Tromp n de Vice • Admiraal Jan Evertszoon gingen gezarenlijk les op het Schip van den Portugeefchen Adviraal: het was een vreeslijk gevaarte, te fterk, om iet kogels doorboord, en te wel bemand , om aaneklampt te worden. Door Branders , daar op afgeonden, geraakte het in brand , en nauw honderd an de vijftienhonderd zielen kwamen 'er leevend af. en gedeelte der vijandlijke Vloot, door een dikke ist begunstigd , bergde zich uit Duins, en liep iort na Douvres ; doch werd door Tromp in wande gebragt, keerde bij nagt te rugge, en kwam met ;n Admiraal d'Oquendo behouden in Duinkerken. waalf of dertien Gallioenen en andere Koningsfchen waren den onzen in handen gevallen, en in onze avens opgebragt, op welken men grooten buit ndt: verfcheide anderen waren in den grond gerooten, of verbrand (*). Deeze t>) Mem. de Fred. Henrj, p.275- Caklle Gedenkf% D.bl. 22 «««.41,

Sluiten