Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN.

ttingen en Drente, om in zijne nieuwe Waardigheid erkend te worden , vergezeld van zijn Zoon, Prins Willem, dien men het regt van Opvolging opdroeg. Den zodanigen, die zijne oogmerken gedwarsboomd hadden, kon zijne Hoogheid zulks nooitvergeeven, en de nieuwe Stadhouder van Friesland zijne gunst niet herwinnen, fchoon hij Sohnius en Oostheim van zijn Hof verwijderde. Men gaf eerlang het Regiment, 't welk zijn Vader geworven, en zijn Broeder laatst gebooden hadt, aan den GraavevanSolms. Graaf Willem Fredrik, hoe zeer misnoegd over 't gemis der beide Stadhouderfchappen , en over de kwellingen , hem aangedaan door hem , die ze bekomen hadt, moest dit heel verkroppen, enbelloot, in 't einde, om rust te krijgen, het regt tot de Opvolging in het Stadhouderfchap, met bewilliging der Staaten van Friesland, aan zijne Hoogheid afteBaan. Naa deezen Bap boodt de Prins van Oranje en de Algemeene Staaten hem de hand tegen een groot getal Misnoegden in Fries/and, die in het regt tot de vrije Magidraatsbeftelling begeerden herfleld te worden , 't geen nu aan Graaf Willem gelaaten werd (*). In deezervoege werd Frederik Hendries hoope vervuld , om de onderfeheidene Stad houderfchappen in zijn Naageflacht veréénigdtezien Dan hij voorzag niet, dat de tak van Nasfau Dietz, dien hij wilde berooven, de eenige zou weezen, di<

flanc

(*) Aitzema, II. D.bl. 706-708.731-736.747 • 750, Mem. de Fred. Henry , p. 277.

Frederik Hendriks

Misnoegen, te deezer gelegenheid;

Sluiten