Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER. NEDERLANDEN. 143

lijk bewilligde. Te meer , daar bij geloofde, dar deeze Verbintenis zou kunnen dienen , om de ongunstige gevoelens zijner Onderdaanen, die hem van Paaperij verdagt hielden, en befchuldigden, te verbannen , om hem de hulp der Ferêénigde Nederlanden te verzorgen in de onlusten, waar in hij zich gewikkeld vondt, en hun van de verbintenis met Frankrijk aftetrekken , die , was het verfchil van Godsdienst niet in den weg geweest, veelhgt duor het huwelijk eener Dogter des Prinfen van Oranje en den Graave van Soifons zou verlterkt geworden zijn (*).

Zo dra de Prins van Oranje verzekerd was van de toeltemmmg des Konings, bengtte hij de Algemeene Staaten en de S-aaten van Holland, hoe hij, door de derde hand, kennis gekreegen hebbende, dat zijne Majelleit van Groot - Brittanje niet ongeneegen zou zijn, omzichmet zijn Huis tevermaagfchappen, den Heer smPIeenvliet derwaards hadt afgevaardigd, om 's Konings meening nader te verdaan , die met goede berigten herwaards was overgekomen , waarom hij het dienstig oordeelde, den Staaten hier van kennis te geeven ; met verzoek , dat zij een plegtig Gezantfchap wilden benoemen, om het huwelijk met de Prinfesfe Maria, uit der Siaaten en zijnen naam, te verzoeken. In gevolge hier van, vaar tijden de Staaten een aanzienlijk Gezantfchap af; doch, fchoon

zijne

(*) Aitzema, II. D. bl.545.621.622.709. Brandt, Zeeven van de Groot, II, D. bl. 280,

FrederIk Hendrik,

Sluiten