Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■er. NEDERLANDEN. 145

Jonggetrouwden op het Bruiloftsbed, waar op zij eenige oogenblikken bleeven in tegenwoordigheid van den Koning, de Koninginne, deNederlandfche Gezanten, en eenige andere Perfoonen van den hoogften rang. De jonge Vorst keerde, eerlang, te rugge , zonder zijne Gemalinne, die , welke moeite men ook aanwendde, om haar terftond na Holland te voeren , het Rijk niet mogt verlaaten, eer zij twaalf jaaren bereikt hadt (*). De Staaten van

Holland raadpleegden, vervolgens, meermaalen,om den Nieuwgetrouwden een aanzienlijk Gefchenk te doen; doch de Vroedfchappen der Steden fcheenen hier toe zo weinig genegen, dat'er op dien tijd niets van kwam. Het vervolg der Gefchjedenisfe zal ons leeren , welke gewïgtige omwentelingen deeze verbintenis ider Huizen van Stuart en Oranje, tot luister van het laatfte , hervoort bragt, en dat Frederik Hendrik, hoe zeer ook de Eerzugtgrootfche vooruitzigten koestert, ze niet heeft kunnen voorzien.

Veelen dagten, dat Frankrijk de verbintenis van 't Huis van Oranje aan dat eens Vorsten , die voor Spaansgezind gehouden werd, met leede oogen zag. Dan 't is zeker, dat Frederik Hendrik zich liever door 't Huwelijk zijns Zoons aan 't Huis van Bourbon

(•) Refol. Gener. 12. Dec. 1640, Mf. Refol. HM. 1640. bl. 271. 279. 285. Aitzema, II. D. bl. 709.741. 750.771.814. Brandt , Leeven van de Groot, II. D. bl. 280. 282.

n. DeeU K

Frederik Hendrik.

Sluiten