Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

ï46 GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik.

Vrees der Geineenebestgezindenvoor de grootheid van V Huis van 0ranje.

bon zou vermaagfchapt hebben, ware het verfchilia \ (luk van den Godf-dicnst geen onoverkomelijke hinderpaal geweest. Hij bleef ook , ondanks dit Huwelijk, aan de Franfchen verknogt, dewijl zijne indgten, wegens de verdeeling der Spaanfche Nederlanden , altoos met de hunne llrookten. Zijne Verbintenisfen met den Cardinaal de Richelieu werden zelfs nauwer dan ooit. Doch deeze onderfcheide (taatkundige zamenknoopingen vermeerderden de vreeze der zodanigen, die den aanwas van Oranje als gevaarlijk voor de Viijheid aanzagen. De luister , welke dit Huis verkreeg door de vermaagfehapping aan een gekroond Hoofd , verblindde de oogen. De toeleg van Frederik Hendrik, om Stadhouder van alle de Gewesten te Worden, was blijkbaar: en wat zou in Haat weezen, om zijne magt te beperken, wanneer de helft der Oostenrijkfche Nederlanden hem in handen viel, waar hij, als Markgraaf van Antwerpen enz., reeds groote Voorregten bezat ? Maar 't was niet raadzaam, of veilig, deeze vreeze te ontdekken. Men moestderzaake een anderen draai geeven. Om paaien te Hellen aan de vergrooting van de magt des Stadhouders , deedt men ilerker, dan ooit, de harsfenfehimmige, doch fchijubaar gegronde, vrees voor den gedugten aanwas der Franfche Monarchye herleeven. De Stadhouder vondt zich zelfs genoodzaakt , met het afloopen van dit jaar , na Frankrijk te fchrijven, dat, fchoon hij alles gedaan hadt om de oogmerken zijner Majelleit te begunstigen , ondanks de tegenver-.

Sluiten