Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

156 GESCHIEDENIS

FttEDERIK

Hendrik.

!

] 1 ] i 1

t

c

»

3

£

I

C

twijfel hangende , eerst niet wist wat te gelooven \ doch , eindelijk , de oogen opendeedt. Cinqmars werd gevangen , en ter halsftrafte verweezen , met de Thou , Zoon des beroemden Gefchiedfchrijvers van dien naam, om dat hij van de zamenzweering, welke hij afkeurde, geweeten hadt, fchoon hij, dezelve ontdekkende, voor een Lasteraar zou aebben moeten gaan, dewijl het hem aan voldoende bewijzen ontbrak. De Hertog de Bouillion behieldt, iet leeven , door afttand te doen van Sedan. De staaten waren dermaate gebelgd over zijne verBandlouding met den Spanjaard , dat ze hem het Beveh tebberfchap van Maastricht ontnamen. Om den 'rins van Oranje te meer aan de belangen van Fr ankijk te verbinden, zogt men hem diets te maaken, lat, op zijne voorfpraak, het leevengefchonkenwas an den Hertog, zijn Neef (*). Maar de Richelieu , die het voor een ftandvasen regel hieldt, niemand ten halve te verderven, en e langmoedigheid van Lodewijk den XIII. was oorgekomen door eene fpoedige voltrekking der fonnisfen , en den Koning daarop fchreef: „ Si, re, uwe Vijanden zijn dood , en uwe wapenen , in Petpignan!" eene gewigtige Plaats, toen den panjaard ontweldigd , overleefde deeze zegepraal

niet

(*) Mem. de Fred. Henrj, p. 292.294. Aitzema , II.

\, bl. 738.780. 858 865. Brandt, Leeven van de

rotty II. D. bl. 293. d'Estrades, L p. 67 88.

Sluiten