Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 157

niet lang. De dood rukte hem weg op den vierden van Wintermaand , te midden der nieuwe ontwerwerpen, die zijne Staatzugt fmeedde: daar hij dagt^ den Koning te zullen overleeven , en het Regentfchap in handen te krijgen. Deeze fchrandere en ftoutmoedige Staatsdienaar zou de weezenlijkfte diensten aan zijne Landgenooten gedaan hebben , indien hij, de fchadelijke onafhanglijkheid der Grooten, eene altooswellende bron van binnenlandfche onlusten, beperkende, ten zelfden tijde, geen doodlijken flag hadt toegébragt aan 's Volks Vrijheid; de Vorsten leerende de Regtvaardigheid met voeten te trappen, en de Wetten te verkragten, doordwingelandfche Inftellingen, willekeurige Vonnisfen en geweldige Straf-oefeningen. Men weet, dat hem niets dan de Kroon ontbrak, om Koning te zijn ; dat hij alles aan zijne Eer-, Staat- en Wraakzugt opofferde ; en Frankrijk niet ontzaglijk maakte, dan door het Volk teffens ongelukkig te doen worden. Alle de flreeken, door hem te werk gefield, om zijnen invloed te behouden op een zwak en onbeflendig Vorst, die hem geene genegenheid toedroeg , zijn oubekend. Zo verre hadt hij den Prins en de Prinfes van Oranje weeten te winnen, dat Frederik FIendhik, op de tijding, dat 's Konings ongunst dien Staatsdienaar dreigde, den Vorst, bij eenen Brief, liet Weeten, dat hij, indien de Cardinaal van 't beltuur der zaaken verwijderd werd, befloten hadt, met den Spanjaard te verdraagen, op de voor-

deelige

Frederik Hendrik*

Sluiten