Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des NEDERLANDEN. 165

in Ierland herwaards gezonden , weigerde men te hooren, en deedt hem zelfs aanzeggen , dat hij de Verèènigde Gewesten , binnen vier dagen , moest ruimen (*).

De onlusten, door deezen Oorlog verwekt, namen in de Eilanden van Groot- Brittanje en de ferêénigde Gewesten fteeds toe. De Koning en het Parlement, beiden Oorlogsvoorraad noodig , en geene gelegenheid hebbende, om dien van elders zo gereed te krijgen, als uit de Ferêénigde Nederlanden , zogt ieder dezelven in zijne belangen overtehaalen. 't Was onmogelijk , in zulk een toedragt van zaaken, de winzugt der Kooplieden te bedwingen. Naardeima! elk tot de eene of de aniere Partij overhelde , naar gelange zijner Godsdienstige en Staatkundige begrippen , of den wenk van belang gehoorzaamde , en men zich zo zeer niet bekreunde, welke Partij gelijk hadt, dan wel welke de overhand zou bekomen, was het raadzaam, ze beiden te ontzien, dewijl men in 't onzekere verkeerde ten opzigte van'tgeen ftondt te gebeuren. Het gefchil , te deezer oorzaake gereezen tusfchen de Algemeene Staaten en de Staaten van Holland, mag men aanzien als een uitwerkzel der Staatkunde , bijzonder eigen aan Bondgenootfchaplijke Gemeenebesten. Schepen , met Krijgsbehoeften na Engeland belaaden, werden in beflag genomen. De Oorlogfchepen van deezen Staat onderzogten de Schepen, waar op vermoeden viel, en

brag-

(*) Aitzema , II, D. bl. 877 — 90U p*S -uw h 3

Frederik Hendri}£.

Sluiten