Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dkr NEDERLANDEN. 177

daar deeze het weigerde aanteneemen , het de Brenger het bij hem blijven. De Gelastigden 's anderendaags vergaderende, reezen hier overzohoogloopende gefchiilen , dat één hunner het Papier in 'c vuur (meet, zeggende, dat een zo klein linkje Papiers geene Mogenheden , door zo groote belangen veréénigd , moest verdeelen. Dan de Staaten ver< klaarden naderhand , als in het Verdrag ingevoegd aanremerken , dat, zo de Koning Vrede mogt maaken , en de Staaten alleenlijk een Beftand , hij zich verbondt, om, twee jaaren voor het uitgaan van 't Beftand, de verlenging van 't zelve te bevorderen; of, naa dat het zelve geëindigd zou zijn , in openbaaren Oorlog met Spanje te treeden: waar naa men geen Vrede zou fluiten, dan met algemeene bewilliging. — Dit was het beloop deezer gewigtige en moeilijke voorbereidende Onderhandeling. Men merkte ze aan als een meesterftuk : en fcheen dezelve gefchikt tot verijdeling der hoope van dzSpanjaarden , die gepocht hadden , in één naawiddag het Verdrag met de Staaten te kunnen aanvangen en voltooijen. „ Men verwsgtte niet ," fchrijft de Heer Bougeant, „ dat het Geaieenebest zo weinig fland„ vastig in zijne befluiten, of zo weinig getrouw aan zijne beloften zou weezen (*)." Wat hier van zij zal de verdere befchouwing des Vredehandels zelve ons toonen.

De

(*) Bougeant Hifi. de Negtc. Liv.VIII. Aitzema, II. D.bl.960.961. A^./^.T.I.p.i92.T.II.P.I.p. 190. VI. Deel. M

Frederik Hendrik,

Sluiten