Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 153

ken, was, zints lang, jalours wegens de voordeelen, door de Zweeden in 't Keizerrijk behaald, waar zijne wapenen niets dan wederfpoed ontmoet hadden, en zag met leede oogen, dat het belloten hadt, verfcheide vermeesteringen, in Duitschland gemaakt, te behouden. Van zijn misnoegen gaf hij blijk door verllandhouding met den Keizer, en het verhoogen der Tollen van de Zweedfche Schepen, die door de Sond voeren. De Zweeden , hier over verbitterd, namen wraake, met, in den jaare MDCXLIU , in Holftein, Gothland en Schoenen te rukken, waar zij veele Plaatzen wegnamen. De Hollanders, die reeds over lange desgelijks reden van klaagen hadden, wegens het verhoogen der Sondfche Tollen, oordeelden, dat men openlijk de zijde der Zweeden behoorde te kiezen, en thans het tijdftip gebooren was , om het Verdrag met Zweeden, in den jaare MDCXL. gemaakt , tot het verdeedigen van den Neordfchen, Handel, ter uitvoer te brengen. De andere Gewesten waren zo fpoedig tot dit befluit niet te beweegen, Nogthans vergunde men Lodewijk de Geer , Bewindsman der Zweedfche Kroone, in 't voorjaar van MDCXLIV, dertig Schepen van bijzondere Perfoonen in Holland en Zeeland indienstteneemen, waar mede hij Gottenburg hielp ontzetten; doch die,zonder iets verder uittevoeren , te rug keerden. —Maar, vermids de overwinningen der Zweeden deeden vreezen, dat.zij, meester van de Sond wordende nog onhandelbaarder zouden zijn dan de Dectien , werd men te raade, twee Gezandfchappen, M 4 Cén

Frederik Hendrik.

Sluiten