Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frederik Hendrik.

184 GESCHIEDENIS

dén na Koppenhagen, en één na Stokhohn te zenden, om de Noordfche Vorsten rot een Verdrag iebeweegen; doch, bovenal, de Koopbelangen van deezen St.iat te behartigen. Zij gingen, in Hooimaand des gemeiden jrars, onder zeil met eene Vloot van omtrent veertig Oorlogfchepen , deels om aan de Gezamfcbappen agtbaarheid bijtezetteu , deels om eene groote menigte Koopvsardijfchepen , in 't Vlie gereed liggende, na de Oostzee te geleiden. De beide Gezantfcnappen begaven zich na de Plaatzen hunner beftemming, terwijl de Vloot in de Bahifehe Zee kruistte, onder den Vice-Admiraal Witte Corneliszoon de Witte. Maar, verinids de De enen tot geen Verdrag, op aanneemelijke voorwaarden,konden bewoogen worden , vorderden de Staaten van Holland, doOt.Middelburg en Zieriizee in Zeeland onderfieund, eene gedugter Vloot derwaaids te fchikken, om Deenemarken , in 't {tuk der Tollen , tot reden te brengen. Vrugtloos bragt de Prins van Oranje de noodaaaklijkheid, om de vermeesteringen in de Nederlanden voorttezetten, in 't midden. Vrugtloos toonde de Graaf d'Estrades , dat zij, dus hunne kragten fpillende in eenen nutloozen Oorlog, te kvvaader trouwe handelden , en jegens den Koning , hunnen Bondgenoot, in gebreke bleeven : vrugtloos fchilderde hij af, hoe weinig eene bemiddeling , gewapenderhand aangebooden , zou betekenen. Al zijne welfpreekenheid megt niets baaten. 'Er werd eene Vloot van omtrent vijftig Schepen in zee gebragt, en een Leger van vijfduizend

Kneg-

Sluiten