Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i88 GESCHIEDENIS

FtlEDEKÏS litiMJlUK,

noodzaak te hebben, met zijn Leger , na beide die Steden de wijk te neemen.

De Prins van Oranje, het Franfche Leger zo nabij het zijne ziende, en zijne fpijt verbergende, liet de Franfche Maarfchalken weeten , verblijd te zijn over hunne aankomst , en hieldt, 's anderendaags, met hen een mondgefprek , om hen overtehaalen tot eene tweede onderneeming op Antwerpen. De beide Legers trokken over de Letje, en floegen zich neder langs de Schelde. In dit voorttrekken merkte men een zeer groot verfchil op tusfchen de Krijgstugt der Franfchen en der Nederlanderen. De Knegten der laatstgemelden gingen altoos in gefloten gelederen, zonder dat een enkel Soldaat het durfde waagen dezelven te verhaten, terwijl diedereerstgenoemden aan alle kanten afzwierven, om te rooven, doch op het mistte teken zich weder in de gelederen begaven. De Voorhoede van der Staaten Leger trok over de kleine Schelde, en legerde zich aan de andere zijde, wanneer men kundfehap ontving, dat Picolomini, Bek, en de Hertog van Lotharingen te Gent gekomen waren, om de Franfche en Staatfche Legers flag te leveren. Frederik Hendrik liet den Franfchen. Bevelhebberen een voorflag doen, vijf of zes dagen zo te blijven liggen , om dus den Vijand optehou. den, tot dat hij zich voor Antwerpen zou nedergedagen hebben. Maar zij gaven te verfuaan, in dit verzoek niet te kunnen treeden, zonder de vermeesteringen , door hen langs de Letje gemaakt, aan 't

her-

Sluiten