Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN, tyf

fingen te waagen over de weezenlijkebeweegredenen der Voorflanderen van den Vrede, men zou kunnen zeggen , dat zij min vreesden voor de verééniging van Antweipen met de Landen van den Staat , of de nabuurfchap der Franfchen, dan het verlies hunner Staatsgefteltemsfe. Zij waren zeker niet buiten dugten, dat die nauwe verbintenisfen tusfchen den Prins van Oranje en Frankrijk hunne Vrijheid zouden kunnen benadeelen. ,, De uitdrijving der Span* „ jaarden uit de Nederlanden," verklaarde Mazarin , ,, zou middel verfchaffen tot herftel der zaa9, ken des Konings van Engeland , die , gelijk elk „ weet, den Prins van Oranje zeer ter harte gaan , „ niet alleen uit hoofde van het gefloten Huwelijk, ,, maar ook om andere belangen, welken hij in het „ toekomende kan hebben.", De Voorflanders des Vredes hadden, buiten twijfel, deeze weezenlijke of ingebeelde oogmerken doorgrond : dan, naardemaal het niet voeglijk of ftaatkundig was, die te laaien blij* ken, fpraaken zij liever van de onmogelijkheid , om de Oorlogslasten te draagen, en denoodzaaklijkheid, pm de Spanjaarden in de nabuuifchap van het Gerneenebest te houden , als een fchutsmuur tusfchen Frankrijk. —— Men mag 'er bijvoegen , dat zij te min afkeerig waren , om met Spanje te handelen, en zich daar mede te verzoenen, om te beter den Portugeezen , met welken zij in de Indien een feilen Oorlog voerden, het hoofd te kunnen bieden (*).

Het

(*) Negoc. fecr. III. p> 238. Bouo Liv.VI.p. 427, N 3

Frederik Hfindrik,

Sluiten