Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

era NEDERLANDEN. 201

fipaaklijk te maaken aan den Prins van Oranje, wiens invloed, zijns oordeels, de Staatsbefluitenge. heel regelde en dreef. Den Graaf d'Estrades werd de uitvoer van deezen last opgelegd. Hij moest 'er niet van fpreeken , dan als van een ontwerp , door de Spaanfchen voorgelteld, en te verdaan geeven, dat Frankrijk, met het te aanvaarden, zeerveelzou opofferen. Hij moest, op de inneemendlte wijze, hem mogelijk, den Prins doen hoopen , dat hij zijn voordeel zou vinden bij die vèrwisfeling, door het verkrijgen van Antwerpen in eigendom: zeker zal dit Huis wel in zijn fchik weezen, met Frankrijk ten nabuur, en 't bezit van Antwerpen te hebben. 'tZal daar door meester zijn van een fleutel des Lands, zijn wankelend gezag kunnen (rijven, en in tijd van Vrede, zo gezien weezen, als het in dien van Oorlog zijn kan. Deeze Stad zal den Prins eene eerlijke Wijkplaats en voordeelige post verfchaffen, in gevalle de Staaten hem ondankbaar mogen behandelen. Hij zal ook ligt bemerken , dat niets gefchikter is, om zijn ontwerp van het uithuwelijken zijner Dogter aan den Prins van IValies te begunstigen , en het herltel des Konings van Engeland te bevorderen. De Graaf d'Estrades kweet zich van zijnen last met alle gefleepenheid , die men van zijne bekwaamheden ter onderhandelinge kon verwagten. Hij merkte op, dat de Prins zeer wel in de maatregelen des Cardinaals zou kunnen treeden. Hij vorderde zelfs, dat men h seheim zou houden , om agterdenken voortekoN 5 men,

Freeeris Heindiuk.

Sluiten