Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. s»?

hadt medegedeeld. Schoon de Gevolmagtigden der Staaten ze reeds na den Haage gezonden hadden, om door de Staaten te worden goedgekeurd, antwoordden zij, die punten niette kunnen mededeelen, dewijl zij dezelven hunnen Heeren den Staaten niet wilden zenden , voor dat de Onderhandeling hunner Bondgenooten ze verre gevorderd was als de hunne (*).

Maar, toen zij de waarheid niet langer konden bedekken voor het fcherpziende oog der Franfche Gevolmagtigden , en de Spaanfchen, om het wantrouwen tusfchen de Bondgenooten te vermeerderen, overal lieten verluiden, dat het Verdrag zo goed als gefloten was , bedagten zij andere uitvlugten. Zij betuigden, niet te weeten, welken last zij van hunne Meesters zouden ontvangen; maar dat zij konden verzekeren , dat zij nimmer in gebreke zouden blijven , om te voldoen aan de , verbintenisfen , met Frankrijk gemaakt; dat de Spanjaarden verfpreiden mogten, wat hun goeddagt, doch de uitkomst zou de goede trouw van het Gerneenebest toonen. —. De Franfchen hielden han voor, hoe zij in 't zekere onderrigt waren, dat Pignaranda hun, in 'thandelen over de punten van een Verdrag, waar van het eerfte inhieldt , dat zij gezamenlijk met Frankrijk verftonden te moeten verdraagen , hadt voorgehouden , hoe hij niet dagt, dat zij op dit punt niet zouden blijven liaan , wanneer zij anders hunne rekening bij de handeling vonden , en bemerkten , dat

Frank.

(*) Aitzema , III. D. bl. 110.

Friderik Hendrik.

Zij tragcen de verbintanis der Verdragen kragtloos ce matkeii.

Sluiten