Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

208

GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik.

Frankrijk niet luiiTerde na een redelijk Verdrag; daf vijf hunner, naderhand, hem hadden aangezegd, lat de Staaten geen deel altoos zouden neemen in iet belang , 't welk Frankrijk hebben mogt in de zaaken van Italië, Catalonië , Portugal, of elders buiten de Nederlanden. De Staatfchen , en bovenal Pauw en de Knuit , Honden niet weinig verdeld over deeze klagte , en de bijzonderheden , daar irt jegreepen. Heenen gegaan , raadpleegden zij eerien andermaal, wat te antwoorden , en gaven, eindelijk, totbefcheid, dat het Gerneenebest zich heilig zou houden aan de Verdragen; doch dat het hun, Gevolmagtigden , niet toekwam , den zin deezer Verdragen te verklaaren : dit moest men alleen van hunne Meesteren verwagten. Uit zulk een dubbelzinnig antwoord konden de Franfchen opmaaken, hoe veel betrouwen zij moesten Hellen in de verzekeringen , welken men hun deedt. Verfcheide ge« fprekken hieldt men over dit Buk. De Franfchen gaven te verdaan , dat het bezwaarlijk te gelooven was, dat men zo veele Gevolmagtigden in Munfter gezonden hadt, om te handelen, in gevolge van ze. kcr Verdrag, zonder te weeten wat dat Verdrag inhieldt. Dat in het Verdrag van den jaare MDCXXXIV, verderkt door de Verdragen van MDCXXXV. en MDCXLIV, de Staaten zich hadden verbonden geen' Vrede of Bedand te duiten , eer Spanje aan Frank' rijk voldoening gegeeven hadt, en hier onder ook begreepen waren de zaaken van Pignerol, Valteline en Lotharingen : 'er bijvoegende , dat de Staaten,

over

Sluiten