Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bsii NEDERLANDEN. *oo

over hunne zaaken in de Indien handelénde, ook dé belangen van Frankrijk buiten de Nederlanden moesten handhaaven. Zij verweeten hun het ver-

klaareh der Verdragen ten nadeele der verbintenis, fen ten zelfden tijde, toen zij voorgaven geene Verklaarders van dezelven te zijn. Dus in 't nauw gebragt, zagen zij geen ander open, dan met het gefprek aftebreeken, en tijd eifchende, om de Verdragen natezien. Het blijkt, dat de eifchen der Frani fchen gegrond waren, dat beide de Partijen zich verbonden hadden elkanders belangen , wederzijds . in alle uitgestrektheid, en dus ook buiten de Nederlanden, te onderiteunen. De Staatfchen zogten eené verpligting, welke zij niet rechtftreeks durfden verbreeken, te ontwijken (*).

Zij, die onder de Staatfche Gevolmagtigden het meest tot Franhfk neigden, verzekerden , dat de Staat nimmer de Verbonden zou fchenden; doch dat , de édnige zwaarigheid, welke men ré dugten hadt, ' hier in beltondt, dat dé bijzondere Gewesten zich j zïouden ontflaan van de kosten des Oorlogs, en Frankrijk alleen met dezelven beiast laaten. De Franfchen, met leedweezen ontdekkende, datzijop de wankelende goede trouw niet afkonden van een Gerneenebest, door zo veel Gelds en Manfchap onderheund, bemerkten de gevaarlijkheid van hunnen Band. Zo lang zij op de Ferêénigde Gewesten vertrouw*

<*) Ncgociat, fecret, III. p. 22ï. 322. 234. B35. Ba$NACE, I. p. 40.

VI. Deel. O

Frederib

HenDRHU

De Franrchen berinnen na en Vering het >or te eenen.

Sluiten