Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ber NEDERLANDEN. *i$

westen verzekerd hielden , geloofden zij, de balans te kunnen doen overflaan, zo ras zij niemand dan Frankriik alleen te beftrijden hadden, en zij beloofden zich onlusten in dat Rijk, onder de regeering van een minderjaarig Vorst , onder het Regentfchap eener Spaanfche Koninginne , en het Staatsbertuut van een Italiaansch Staatsdienaar. De Franfchen. Verbijsterd door den glans hunner behaalde overwinningen, en brandende van begeerte, om de zegevierende wapenen dieper in de Nederlanden te voeren, wilden niets toegeeven , vermenigvuldigden hunne eifchen, en zagen hunne Vermeesteringen vermeerderen.

Maar die vermeesteringen en die zwaarigheden vergrootten, aan de zijde der Staaten , de begeerte na den Vrede. Zij werden op nieuw ongerust , en betuigden , dat Frankrijk te veel in magt toenam. Zij beweerden, dat de voorzigtigheid hun raadde op , hun eigen belang bedagt te weezen, en zich niet < voor altoos t,e fchikken naar de ftaaikundige inzigten van een Hof, gedreeven door eene onvoldoenbaare heerschzugt. Ook beklaagden zij zich, datdei*>««fchen niets anders zogten , dan de Onderhandeling op de lange baan te fchuiven, en de voordeeliglïe aanbiedingen van de hand weezen. Dit gaf hun reden , om hunne eigene Onderhandeling met allen mogelijken fpoed voorttezetten. In 't einde ziende, dat de Spanjaarden, van dag tot dag , meer toegeevenheids ten hunnen opzigte betoonden , en dat Frankrijk zich qiet wilde verbinden tot het voeren O 4 van

Frederik Hendrik.

Het Ver-

Irag des Beftands n een Vredesverdragreranlerda

Sluiten