Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 223

land, in merkelijken getale, om affcheid te neemen van den fterverden Prins. Hij wilde tot hen fpreeken, maar, zijne tong zeer belemmerd zijnde, konden zij niet verlïaan wat hij hun poogde te zeggen. De Predikant Goedhals, die den Vorst dikwijls bezogt hadt, meende zijne belemmerde fpraak beter dan anderen te kunnen verdaan, en verklaarde, uit het gene zijne Hoogheid den Raadpenfionaris Kats zeL de, gevat te hebben : „ Dat bij de Staaten dankte „ voor de eer, die hij en de zijnen tot hier toe van „ hen genooten hadden; dat hij den Lande get'ouw„ lijk gediend badt, doch nu niet meer vermogt; j, en dat hij het Land, Gods Kerk , als ook zijn „ eigen Huis en Maagfchap den Staaten aanbevolen liet." Hij zieltoogde tot den veertienden, en ontlliep zagtlijk, in het vierenzestigfte jaar zijns ouderdom;-. Zijn overfchot werd, in de volgende maand, met veel ftaatzy, in het Prinslijk Graf, te Delft, bijgezet. Zommige Predikanten lieten zich, bij dit fterfgeval , met veel driftvervoering hooren; één hunner riep uit: ,, 't Zijn uwe zonden, die zijn 5, dood veroorzaakt hebben ; uwe zonden hebben

„ hem ons ontrukt! Wat zeg ik? . Uwe

„ zonden hebben hem gedood!" Even of deeze Vorst zijn aandeel niet gehad hadt in menschlijke zwakheden ; even of hij door een fchieiijk toeval weggerukt, en niet door ziekte en ouderdom allengskens verzwakt was. Frederik Hendrik verdiende betreurd te worden , om zijne groote diensten en hoedanigheden ; doch , in den beklaagenswaardigen

toe-

Fredèrir

llE.NDR.IKe

Sluiten