Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. aa?

derdduizend Ponden toekomen, met last, om hem nog meer Gelds te fchcten, indien hijhetmogtnoodig hebben. „ Verlaat," fchreef hij hem , „ een „ Land, waar men geene verdiensten kent : kom „ bij mij, om met mij te deelen in 't geen ik heb." Vreemdelingen vonden hem fpraakzaam, 'en Lieden van verdiensten eenen ruilden Beiooner. Smaak hadt hij in fchoone Weetenfchappen: het leezen der beste Boeken hieldt hem, als hij niet te velde of met Staatszaaken bezig was, dikmaal onledig, en droeg hij gemeenlijk een beknoptsn Cêjar bij zich (*).

In den Oorlog fchitterden zijne bekwaamheden met den volBen luister. Hij fcheen niet gefield op de Krijgslaurieren , die zijn Broeder in Veldllageu behaald hadt; doch overtrof hem in belegeringen ; hij vermeesterde bijkans alle die, voor welken Maurits het hoofd hadt geftooten. Alles beraamde hij met voorzigtigheid, en liet niets op 't geval aankomen. Een langzaam en zeker plan Belde hij altóós boven fchielijke en vermetele aanflagen. Zeer muntte hij uit in den Vijand te misleiden, en zijne Legerverlferkingen onwinbaar te maaken. Streng was zijne Krijgstugt; doch, het leeven zijuer Soldaaten dierbaar houdende, verzekerde hij zich van hunne agting, liefde en vertrouwen. Meer dan e'étis'betuigden zij, in de hachlijkfte omftandigheden, dat hij hen niet

moest

O) d'Estrades , I. p. 40. 46. 55. 56. Mem. de Gtiicue, iatr. p. 12. Mem. du Card. de Reu, Liv. II. p. 271. Aitzema, III, D. bl. 273. 6o5.

FREDERfÖ MiJNDRlK,

Sluiten