Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frederik Hendrie.

Geestneigingen ie het Gerneenebest.

t34, GESCHIEDENIS

terheids tegen de Spanjaarden, en klagten tegen de Afgevaardigden. Bovenal voer hij uit tegen de Heeren Pauw en de Knuit , die zich het fterkst tegen de maatregelen van Frankrijk hadden aangekant. Men was, betuigde hij onder anderen, nog niet vergeeten, dat zij, op zekeren dag, met zo veel drifts voor de belangen van Spanje pleitten , dat de Heer Mathenes zich verpligt vondt hun het zwijgen opteleggen; verklaarende, hoe het met voegde, de partij der Vijanden tegen de Bondgenooten te kiezen. Eén der fterkue treken in dien Brief was de befchuldiging tegen den Heer Pauw, dat hij de belangen zijner Landgenooten verraaden hadt door het Overkwartier van Gelderland, 't geen hij voor den Staat kon bedingen , aan den Spanjaard te laaten. Dit verneemende, namen verfcheide Landfchappen , en inzonderheid Gelderland, maatregels, om het Verdrag te doen opfchorten tot dat dit gewigtig fiuk was afgedaan (*).

Deeze Brief maakte zeer verfchillende indrukken, van welken men geen recht denkbeeld kan vormen, zonder de twee gevoelens , die dc gemoederen in 't Gerneenebest verdeelden, wel te doorgronden. Eenigen, gehegt aan het oude vooroordeel, dat men geen vasten Vrede met den Spanjaard kon hebben, zo lang de nabuurfchap hun eene gereede gelegenheid verleende , om 't Gerneenebest aantetasten, wilden, dat men de wapenen niet moest nederleggen,

dan

O Egegeant, V. p. 74 ——0»,

Sluiten